Tutorials
Kleurbeheer deel 1
Wat is kleur en wat doen kleuren met elkaar
Pagina 1
Inleiding
Dit is deel 1 uit een serie over kleurbeheer op websites. Mijn inziens is dit een ondergeschoven kindje op het gebied van webdesign. In dit deel zal ik uitleggen wat kleur precies is en wat kleuren met elkaar doen.
Pagina 2
Wat is kleur
Kleur ontstaat uit licht. De in het (zon)licht aanwezige kleuren worden door de dingen waar het licht op valt, geabsorbeerd, teruggekaatst, opgenomen of gereflecteerd. We zien de dingen in de kleur van het teruggekaatste licht. Als alle lichtkleuren door een voorwerp worden geabsorbeerd, zeggen we dat het voorwerp zwart is. Een voorwerp is wit als het relatief veel licht terugkaatst. Als er geen licht is, in het donker dus, zijn er geen kleuren te onderscheiden.
Kleur wordt beïnvloed door het soort en de hoeveelheid licht. Kleuren lijken anders bij sterk zonlicht dan bij nevel. Bij het licht van een straatlantaarn lijken ze weer anders dan bij het licht van tl-buizen. Kleur kan ook worden beïnvloed door zijn omliggende kleuren.
Kleur wordt beïnvloed door het soort en de hoeveelheid licht. Kleuren lijken anders bij sterk zonlicht dan bij nevel. Bij het licht van een straatlantaarn lijken ze weer anders dan bij het licht van tl-buizen. Kleur kan ook worden beïnvloed door zijn omliggende kleuren.
Pagina 3
Kleuren
De natuurkundige Newton ontdekte dat het ‘witte’ daglicht van de zon via een glazen prisma kan worden gesplitst. Omdat de in het zonlicht aanwezige kleuren alle een verschillende brekingshoek hebben, komen de kleuren gesplitst uit het prisma tevoorschijn. Rood heeft de grootste brekingshoek, violette de kleinste. Zo verschijnen met alle tussentinten, de kleuren rood, oranje, geel, groen, blauw, indigo en violet; de kleuren die je herkend als die van de regenboog. Newtons kleurenspectrum laat zien dat de genoemde kleuren vloeiend in elkaar overgaan, met een groot aantal tussenkleuren.

Kleuren kun je onderverdelen in de volgende stappen:
[li]Bonte kleuren:[/li]
[/list]
[li]Zuivere kleuren:[/li]
[li]Secundaire kleuren:[/li]
[/list]
[/list]
[/list]
[/list]
Primaire kleuren kun je niet krijgen door andere kleuren met elkaar te mengen.
Secundaire kleuren kun je krijgen door primaire kleuren met elkaar te mengen.
Tertiaire kleuren kun je krijgen door secundaire kleuren met elkaar te mengen.

Kleuren kun je onderverdelen in de volgende stappen:
- [li]Alle kleuren:[/li]
[list]
[li]Niet bonte kleuren:[/li]
[list]
[li]Wit[/li]
[li]Zwart[/li]
[li]Grijs[/li]
[li]Bonte kleuren:[/li]
- [li]Onzuivere kleuren:[/li]
[list]
[li]Tertiaire kleuren:[/li]
[list]
[li]rood / oranje[/li]
[li]groen / blauw[/li]
[li]oranje / geel[/li]
[li]blauw / violet[/li]
[li]geel / groen[/li]
[li]violet / rood[/li]
[/list]
[li]Zuivere kleuren:[/li]
- [li]Primaire kleuren:[/li]
[list]
[li]Rood[/li]
[li]Geel[/li]
[li]Blauw[/li]
[li]Secundaire kleuren:[/li]
- [li]Oranje[/li]
[li]Groen[/li]
[li]Violet[/li]
[/list]
[/list]
[/list]
[/list]
Primaire kleuren kun je niet krijgen door andere kleuren met elkaar te mengen.
Secundaire kleuren kun je krijgen door primaire kleuren met elkaar te mengen.
Tertiaire kleuren kun je krijgen door secundaire kleuren met elkaar te mengen.
Pagina 4
Kleurencirkel
Een kleurencirkel is een manier om zichtbaar te maken hoe de primaire kleuren en secundaire kleuren in elkaar overlopen. In een kleurencirkel staan de complementaire kleuren diametraal tegenover elkaar.
Welke kleuren primair zijn, hangt af van het gebruikte kleurmengsysteem.
Ik zal alleen ingaan op de kleurencirkel in de beeldschermtechniek
Bij additieve kleurmenging, zoals in een televisiescherm of een computermonitor, gaat het in principe om dezelfde kleuren als bij druktechniek, en zijn dus dezelfde kleurencirkels van toepassing. Alleen wisselen hier de primaire en de secundaire kleuren van rol. Nu zijn de donkerste kleuren de primairen, d.w.z. de bouwstenen waaruit alles is opgebouwd. Logisch, want door lichtmenging wordt de kleur natuurlijk "lichter". In een kleurenbeeldscherm zijn dus slechts lichtbronnen in drie kleuren aanwezig: rood, groen en blauw. Door menging van licht in deze drie kleuren ontstaan de secundaire kleuren magenta, cyaan en geel, en ook alle andere kleuren.

Ook hier staan de complementaire kleuren staan tegenover elkaar. In principe is deze cirkel dus identiek aan de kleurencirkel bij de drukkunst. Een verschil ontstaat als we ook van deze cirkel een schijf maken: dan staat in het midden het summum van additie: wit - dat wat we ervaren als alle drie de kegeltypen geprikkeld worden. Worden de kleuren bij de punten van een gelijkzijdige driehoek als licht met elkaar gemengd dan ontstaat dus wit licht. Het maakt niet uit, hoe deze driehoek staat.
Welke kleuren primair zijn, hangt af van het gebruikte kleurmengsysteem.
- [li]In de schilderkunst, wordt gebruikgemaakt van subtractieve kleurmenging en worden meestal rood, blauw en geel als primaire kleuren beschouwd. [/li]
[li]In de kleurendruk, waar evenals in de schilderkunst gebruik wordt gemaakt van subtractieve kleurmenging, gelden cyaan, magenta en geel als primaire kleuren.[/li]
[li]In de beeldschermtechniek, maar ook bij het mengen van bundels licht (zoals in de theatertechniek met gekleurde spots gebeurt), wordt additieve kleurmenging gebruikt, en zijn rood, groen en blauw de primaire kleuren.[/li]
Ik zal alleen ingaan op de kleurencirkel in de beeldschermtechniek
Bij additieve kleurmenging, zoals in een televisiescherm of een computermonitor, gaat het in principe om dezelfde kleuren als bij druktechniek, en zijn dus dezelfde kleurencirkels van toepassing. Alleen wisselen hier de primaire en de secundaire kleuren van rol. Nu zijn de donkerste kleuren de primairen, d.w.z. de bouwstenen waaruit alles is opgebouwd. Logisch, want door lichtmenging wordt de kleur natuurlijk "lichter". In een kleurenbeeldscherm zijn dus slechts lichtbronnen in drie kleuren aanwezig: rood, groen en blauw. Door menging van licht in deze drie kleuren ontstaan de secundaire kleuren magenta, cyaan en geel, en ook alle andere kleuren.

Ook hier staan de complementaire kleuren staan tegenover elkaar. In principe is deze cirkel dus identiek aan de kleurencirkel bij de drukkunst. Een verschil ontstaat als we ook van deze cirkel een schijf maken: dan staat in het midden het summum van additie: wit - dat wat we ervaren als alle drie de kegeltypen geprikkeld worden. Worden de kleuren bij de punten van een gelijkzijdige driehoek als licht met elkaar gemengd dan ontstaat dus wit licht. Het maakt niet uit, hoe deze driehoek staat.
Pagina 5
Kleurcontrasten
Kleurcontrasten zijn een ander belangrijk onderdeel van de kleurenleer. Een contrast kan je zien als een tegenstelling. Als er twee kleurwerkingen zijn die duidelijk van elkaar verschillen, heb je met zo’n tegenstelling te maken. Denk bijvoorbeeld maar aan zwart tegenover wit. Je kunt spreken van zeven verschillende kleurcontrasten:
- [li]kleur-tegen-kleur contrast[/li]
[li]licht-donker contrast[/li]
[li]warm-koud contrast[/li]
[li]complementair contrast[/li]
[li]simultaan contrast[/li]
[li]kwantiteitscontrast[/li]
[li]kwaliteitscontrast[/li]
Pagina 6
Kleurcontrasten: kleur-tegen-kleur contrast
Deze is eigenlijk heel simpel. Het gaat uit van de primaire kleuren rood, geel en blauw. Als je deze naast elkaar zet krijg je een erg sterk kleurcontrast. Het contrast is het sterkst als de kleuren zo puur mogelijk zijn. Als je ze mengt met andere kleuren wordt het contrast direct een stuk minder. Maar ook zodra je witte en zwarte vlakken er bij plaatst, zul je zien dat het contrast alleen nog maar scherper wordt.


Pagina 7
Kleurcontrasten: licht-donker contrast
Dit contrast heeft alles te maken met de helderheid van verschillende kleuren. Het duidelijkste voorbeeld van een licht-donker contrast is natuurlijk zwart tegenover wit. Maar ook heel donkerblauw tegenover heel lichtblauw is een licht-donker tegenstelling. Ook kan je spreken van een licht-donker contrast wanneer je twee verschillende kleuren gebruikt. Geel tegenover paars is daar een goed voorbeeld van. Het is zeg maar het “zwart-wit” onder de kleuren.


Pagina 8
Kleurcontrasten: warm-koud contrast
Je weet vast wel dat sommige kleuren veel kouder over komen dan andere kleuren. Zo geeft een gele kamer een veel zonniger en warmere indruk dan een blauwe, koele slaapkamer. De kleuren blauw, paars en groen worden als koud gezien, terwijl geel, rood en oranje als warm worden ervaren.
Het opvallende is dat als je koude en warme kleuren naast elkaar zet, ze elkaar versterken. Zet je bijvoorbeeld naast een rood vlak een blauw vlak, dan lijkt rood opeens een stuk warmer dan als het alleen staat.

Het opvallende is dat als je koude en warme kleuren naast elkaar zet, ze elkaar versterken. Zet je bijvoorbeeld naast een rood vlak een blauw vlak, dan lijkt rood opeens een stuk warmer dan als het alleen staat.

Pagina 9
Kleurcontrasten: complementair contrast
Bij een complementair contrast gaat het om de kleuren die in de kleurencirkel recht tegenover elkaar staan. Dat is bijvoorbeeld rood tegenover groen. Als je die kleuren naast elkaar zet dan versterken ze elkaar wederzijds. Complementair zijn de volgende paren:
Er is bij al deze kleuren trouwens wel iets merkwaardigs aan de hand. Want als je de twee complementaire kleuren met elkaar mengt dan ontstaat er altijd donkergrijs. Dat is dan ook de reden dat ze complementaire kleuren heten. Complementair betekent aanvullend. De tegenovergestelde kleuren vullen elkaar aan zodat er grijs ontstaat.

- [li]Geel - Paars[/li]
[li]Oranjegeel - Paarsblauw[/li]
[li]Oranje - Blauw[/li]
[li]Oranjerood - Blauwgroen[/li]
[li]Rood - Groen[/li]
[li]Roodpaars - Geelgroen[/li]
Er is bij al deze kleuren trouwens wel iets merkwaardigs aan de hand. Want als je de twee complementaire kleuren met elkaar mengt dan ontstaat er altijd donkergrijs. Dat is dan ook de reden dat ze complementaire kleuren heten. Complementair betekent aanvullend. De tegenovergestelde kleuren vullen elkaar aan zodat er grijs ontstaat.

Pagina 10
Kleurcontrasten: simultaan contrast
Als een kleur wordt beïnvloed door een kleur uit zijn directe omgeving spreek je van simultaancontrast. Simultaan betekent gelijktijdig. Kijk maar eens naar de vierkantjes in het volgende voorbeeld: Je ziet dat het grijs in elke cirkel een andere kleur grijs lijkt te zijn. Maar dat is niet het geval!
In alle drie de vierkantjes gaat het gaat steeds om precies dezelfde kleur grijs.
Je ziet dus dat kleuren andere kleuren kunnen lijken dan ze in werkelijkheid zijn. Met het simultaancontrast wordt bedoeld dat het oog bij een bepaalde kleur altijd tegelijkertijd de complementaire kleur erbij probeert te zoeken.

In alle drie de vierkantjes gaat het gaat steeds om precies dezelfde kleur grijs.
Je ziet dus dat kleuren andere kleuren kunnen lijken dan ze in werkelijkheid zijn. Met het simultaancontrast wordt bedoeld dat het oog bij een bepaalde kleur altijd tegelijkertijd de complementaire kleur erbij probeert te zoeken.

Pagina 11
Kleurcontrasten: kwantiteitscontrast
Sommige kleuren vallen veel meer op dan andere kleuren. Een heel klein geel bordje in een groen landschap valt veel meer op dan een paars bordje. Dit heeft zowel met de stralingskracht van een kleur te maken als met de grootte van de kleurvlek (de kwantiteit). Je moet daar bij het gebruiken van kleuren rekening mee houden.
Voor de kleurhoeveelheid is een volgorde bedacht: Paars - Blauw - Groen / Rood - Oranje - Geel. Dit wil zeggen dat paars het minst opvallend is en dat je daar dus veel van kan gebruiken. Wil je rood niet te veel op laten vallen dan moet je dat een stuk minder gebruiken dan blauw. En als je geel niet wil opvallen moet je dat nauwelijks gebruiken.

Voor de kleurhoeveelheid is een volgorde bedacht: Paars - Blauw - Groen / Rood - Oranje - Geel. Dit wil zeggen dat paars het minst opvallend is en dat je daar dus veel van kan gebruiken. Wil je rood niet te veel op laten vallen dan moet je dat een stuk minder gebruiken dan blauw. En als je geel niet wil opvallen moet je dat nauwelijks gebruiken.

Pagina 12
Kleurcontrasten: kwalititeitscontrast
Het kwaliteitscontrast is ook vrij eenvoudig. Het gaat hier om de zuiverheid van de kleur. Geel kan heel fel zijn maar ook heel dof. Dit hangt af van hoeveel wit of zwart er aan de kleur is toegevoegd. Een doffe tegenover een felle kleur geeft een kwaliteitscontrast.
Let trouwens wel op! Het gaat bij kwaliteitscontrast niet om de hoeveelheid kleurstof. Dof geel is een andere kleur dan fel geel. Stel dat je water toevoegt aan de gele verf, dan spreek je niet van een lagere kwaliteit, maar wel van een lichtere tint. Tinten zijn geen andere kleuren.
Let trouwens wel op! Het gaat bij kwaliteitscontrast niet om de hoeveelheid kleurstof. Dof geel is een andere kleur dan fel geel. Stel dat je water toevoegt aan de gele verf, dan spreek je niet van een lagere kwaliteit, maar wel van een lichtere tint. Tinten zijn geen andere kleuren.

Reacties
0