Eigenlijk is de tweede opdracht veel moeilijker dan de eerste. Want: wat doe je met hoofdletters? Voor welke encoding moet het werken? Wat te doen met diakritische tekens?
En het ingewikkeldste: wat doe je met de Nederlandse letter 'ij' (https://nl.wikipedia.org/wiki/IJ_(digraaf))?
De eerste drie kan ik nog wel verzinnen, maar die laatste is lastig (het voorbeeld is eigenlijk incompleet). Het hangt er vanaf in welk jaar de tekst is geschreven of IJ een letter is of niet. Zelfs nu is het lastig: de IJ wordt vermeden in officiële documenten, maar als het slechts een ligatuur is, dan is het toch vreemd dat bij namen, zowel de I als de J in hoofdletter wordt. Bijvoorbeeld in IJmeer
Je reactie is goed bedoeld, maar je zit hier iemand anders z'n huiswerk te maken die daarop dient te worden beoordeeld. Lijkt me niet de bedoeling dat jij een volledig antwoord gaat voorschotelen. Daar leert hij/zij helemaal niks van.
Ik denk dat je je geen zorgen hoeft te maken, de oplossing die Ad heeft gebouwd zal bij de leraar vragen oproepen en Ts zal uit moeten leggen hoe hij waar gekomen is.....
Dat gaat hem niet worden met deze oplossing, briljant van Ad. :-)
[size=xsmall]Toevoeging op 22/02/2021 22:28:28:[/size]
** knip **
** wat hier stond was iets wat jullie niet konden zien, excuus **
Het ligt er een beetje aan hoeveel praktijkvoer je aan iemand geeft. ;-)
Uit ervaring van vroeger weet ik dat niet elke leraar om uitleg van de code vraagt. En ook al is de code niet compleet, toch is het veel voorgekauwde praktijk.