1.------"in een bos wonen twee soorten kabouters: sommigen spreken steeds de waarheid, anderen liegen steeds. Je ontmoet 3 kabouters. De eerste beweert dat beide anderen leugenaars zijn. De tweede ontkent een leugenaar te zijn. De derde beweert dat de tweede een leugenaar is. Hoeveel kabouters liegen er?
ik doe er ook gelijk 2 ook
2.------In een cel zaten 3 gevangenen: een blinde, een eenogige en een die (na al die jaren) nog over beide ogen beschikte.Op een goeie dag kwam de sadistische cipier de cel binnen met 3 witte en 2 zwarte hoeden. Hij plaatste elke gevangene in een hoek, zette ze elk een hoed op het hoofd (maar zo dat ze niet konden zien welke kleur de hoed op hun hoofd had) en liet ze omdraaien. De cipier zei eerst aan de twee-ogige dat hij vrij mocht gaan als hij kon raden welke hoed hij op het hoofd had maar dat hij hem ter plaatse zou doden als hij verkeerd raadde. De twee-ogige verklaarde dat hij verkoos te zwijgen. Vervolgens deed de cipier hetzelfde aanbod aan de eenogige, maar ook die verkoos te zwijgen. Met enige ironie deed de cipier het aanbod ook aan de blinde en ... moest hem vrijlaten. Welk was de kleur waarmee de blinde antwoordde? Antwoord met wit of zwart.
Nummer 1 en 3 zeggen allebei dat 2 een leugenaar is, en hij zelf zegt van niet. Stel dat iedereen eerlijk is dan kan dat niet. Als iedereen liegt ook niet. Dus óf 2 liegt óf 1 en 3 liegen. Maar het kan niet zo zijn dat 1 en 3 allebei eerlijk zijn in dit geval, want 1 zegt dat 3 liegt. Dus je komt uit op 2 liegende kabouters.
T-splitsing
Jantje rijdt in een auto en belandt op een T-splitsing. De borden zijn omgewaaid en hij weet niet welke kant (links of rechts) hij op moet om op de wallen te komen. Er staat een tweeling waarvan hij weet dat eentje altijd liegt en eentje altijd eerlijk is. Beide tweelingbroers weten welke kant de wallen op is. Hij weet alleen niet wie er liegt en wie eerlijk is, want ze lijken te veel op elkaar. Welke vraag moet Jantje stellen aan één van de tweelingbroers om de juiste informatie te krijgen?